Veilige noodverlichting is essentieel.
Noodverlichting moet functioneren als het er echt toe doet en bestaat uit paniek- en vluchtwegverlichting. De Arbowet, het Bouwbesluit en Europese Normen stellen heldere eisen. Wij zorgen dat jouw noodverlichting hieraan voldoet. Vraag een lichtplan aan en ontvang:
- Onafhankelijk advies conform NEN-EN 1838 en NEN- EN 50172.
- Een noodverlichtingsplan afgestemd op jouw gebouw en functie.
- De meest moderne slimme noodverlichting, indien gewenst volledig turn-key, dus inclusief installatie en commissioning.

Echte maatoplossingen
Ontworpen voor jouw specifieke situatie
Kennis van zaken
Laat jouw noodverlichting aan ons over
Van concept tot realisatie
Wij nemen het complete traject uit handen
Ontvang een noodverlichtingsplan voor jouw gebouw.
Paniek- en vluchtwegverlichting kent strikte normen en regels. Onze specialisten beoordelen jouw situatie op basis van:
- Jouw specifieke wensen en behoefte betreft noodverlichting.
- De gebouwfunctie en het Bouwbesluit. Is er sprake van een verhoogd veiligheidsrisico, dan gelden er strengere eisen.
- De vereiste vluchtrouteaanduiding conform NEN-EN ISO 7010.
- De keuze tussen centraal of decentraal gevoede systemen.
Op basis van deze informatie, je wensen en visie maken wij een lichtplan op maat. Zo weet je zeker dat jouw licht doet wat nodig is. Vandaag én in de toekomst.


Here goes your text … Select any part of your text to access the formatting toolbar.
I am a heading
Here goes your text … Select any part of your text to access the formatting toolbar.

Wij verlichten jouw werk
Yourlight levert slimme
verlichtingsoplossingen voor bedrijf en industrie.
We combineren onafhankelijk advies met professionele lichtberekeningen en armaturen van topkwaliteit. Zo krijg je een oplossing die energie bespaart, voldoet aan de normen en perfect past bij jouw situatie.Over onsYourlight: onafhankelijk, deskundig en betrouwbaar.
Onafhankelijk lichtadvies dat altijd begint bij jouw situatie
Professionele berekeningen en lichtplannen
Levering van armaturen die perfect passen
Installatie door vakspecialisten mogelijk
Kwaliteitsgarantie voor elk budget

Alles over noodverlichting en hoe Yourlight het aanpakt
Noodverlichting is verlichting die wanneer de stroom uitvalt ten allen tijden aanblijft. Als de netspanning uitvalt, ongeacht de oorzaak, dan moet de noodverlichting ervoor zorgen dat u en uw medewerkers of collega’s in staat zijn om het gebouw veilig te verlaten. Noodverlichting is verlichting die in gevallen van nood moet dienen als back-up. Het noodverlichtingsarmatuur moet blijven branden of moet worden geactiveerd als de netspanning weg valt. In dit blog presenteren we een overzicht van welke normen er gelden, die een leidraad kunnen zijn voor de noodverlichtingssituatie bij uw bedrijf.
Twee door de overheid geïnitieerde wet- en regelgevingen hebben betrekking op noodverlichting: de Arbowet en het Bouwbesluit 2012. Met betrekking tot de Arbowet geldt het Arbobesluit. Hiervoor draagt de werkgever verantwoordelijk. Het Bouwbesluit 2012 gaat over welke functie een gebouw heeft en hoe het wordt gebruikt. In het geval van het Bouwbesluit is de eigenaar van een pand verantwoordelijk en heeft de gemeente waar het pand staat doorgaans een controlerende functie.
Ten aanzien van noodverlichting zijn de volgende normen van toepassing, neergelegd in de Europese (EN) en Nederlandse (NEN) normen:
- De algemene eisen voor centraal gevoede systemen voor noodverlichting zijn neergelegd in de NEN-EN 50171.
- De Europese norm NEN-EN 1838:2013 heeft betrekking op algemene noodverlichting voor particuliere ruimtes waar gewerkt wordt zoals bijvoorbeeld fabriekshallen en openbare gebouwen.
- De eisen waar verlichtingsarmaturen aan moeten voldoen worden beschreven in de norm NEN-EN-IEC 60598-2-22.
- De veiligheidskleuren en -symbolen, waaronder het wereldwijd gebruikte pictogram voor vluchtrouteaanduiding wordt beschreven in NEN-EN-ISO 7010.
- De voorschriften m.b.t. noodverlichting, het ontwerp van de installatie voor noodverlichting, de keuze voor een noodverlichtingssysteem, het onderhoud van dit systeem en het documenteren van informatie staan in de NEN-EN 50172. Deze norm verwijst ook veel naar NEN-EN 1838.
- De NEN 1010 bevat technische uitvoeringseisen en veiligheidsbepalingen voor laagspanningsinstallaties.
- De algemene eisen voor centraal gevoede systemen voor noodverlichting zijn neergelegd in de NEN-EN 50171.
In de normen wordt noodverlichting in verschillende soorten onderverdeeld:
- Vervangingsverlichting (ook wel: Stand-by-verlichting)
In het geval van vervangingsverlichting gaat het om technische of economische argumenten i.p.v. veiligheidsmotieven om de verlichting bij stroomuitval geheel of voor het grootste deel te laten branden zodat de normale bedrijfsactiviteiten kunnen worden voortgezet. In bijvoorbeeld de procesindustrie en continue bedrijven is dit vaak het geval. In dit soort situaties is wordt vaak gebruik gemaakt van een noodaggregaat. - Noodevacuatieverlichting
Indien zich tijdens een bedrijfsproces een calamiteit voordoet en er is sprake van een stroomuitval, dan moeten medewerkers veilig hun werkzaamheden (mogelijk aan machines) kunnen afronden en direct het pand kunnen verlaten. Noodevacuatieverlichting zorgt hiervoor.
Noodevacuatieverlichting kan vervolgens weer worden opgedeeld in:
- Vluchtrouteverlichting
Als in geval van stroomuitval mensen het een gebouw zo snel mogelijk en op een veilige manier moeten verlaten, zorgt vluchtrouteverlichting ervoor dat vluchtwegen en eventuele obstructies en obstakels op de vluchtroute goed te herkennen zijn.
Zodra de stroom is uitgevallen moeten armaturen voor vluchtrouteverlichting binnen 15 seconden minimaal de gewenste veilige lichtsterkte kunnen produceren. Dit is 0,5 seconde als het gaat om ruimten met een verhoogd risico. Volgens de norm moet vanwege een goede herkenning de Colour Rendering Index (Ra) van de toepaste lichtbron in het armatuur minimaal 40 zijn, echter wij adviseren een hogere kleurweergave te nemen. Als u meer info wilt over CRI, lees dan ons blog hierover. [Martijn: link naar blog]. - Vluchtrouteaanduiding
De vluchtrouteaanduiding geeft dus de vluchtroute aan, is continue verlicht en is herkenbaar aan kleuren en pictogrammen waaruit blijkt hoe het pand veilig kan worden verlaten. De NEN-EN-ISO 7010 beschrijft nauwkeurig de betreffende pictogrammen en kleuren.
Dit soort armaturen voor vluchtrouteaanduiding moeten binnen 15 seconden nadat de stroom is uitgevallen voldoen aan de volgende zichtbaarheidseisen:
– De kleuren moeten conform ISO 3864 zijn.
– Elk deel van de veiligheidskleur moet een luminantie hebben van minimaal 2 cd/m2
– De maximale en de minimale luminantieverhouding voor zowel het witte gedeelte als het deel met de veiligheidskleur is niet groter dan 10:1.
– De verhouding van de luminantie van het witte deel tot de luminantie van het deel met de veiligheidskleur mag niet kleiner zijn dan 5:1 en niet groter dan 15:1.
Anti-paniekverlichting
In geval van calamiteiten stelt anti-paniekverlichting mensen in staat een plek te bereiken vanwaar ze verder van de vluchtroute gebruik kunnen maken.
Om ervoor te zorgen dat de vluchtroute veilig kan worden bereikt, vereist deze vorm van noodverlichting een horizontale verlichtingssterkte van minimaal 0,5 lux op de vloer. Deze minimale waarde geldt niet voor een randzone van 0,5m gerekend vanaf de wanden.
Noodverlichting voor werkplekken met een verhoogd risico
Noodverlichting voor werkplekken met een verhoogd risico moet zorgen voor de veiligheid van medewerkers die vanuit hun werk verantwoordelijk zijn voor gevaarlijke processen of die door hun werkzaamheden in een gevaarlijke situatie terecht kunnen komen. De verlichting moet ervoor zorgen dat zij bij calamiteiten de juiste afsluitprocedure kunnen uitvoeren, zodat andere mensen in de ruimte niet in gevaar kunnen komen. Hier geldt: een verlichtingssterkte van ten minste 15 lux op de vloer en minimaal 10 procent van het normale lichtniveau.

Noodevacuatieverlichting moet worden geplaatst bij:
– de eerstehulppost (5 lux)
– elke vluchtweg-aanduiding en nooduitgang
– iedere richtingsverandering van de vluchtweg
– de ontruimingsuitgang
– elke brandblusvoorziening of brandmeldpunt (5 lux)
– iedere niveauverandering
– elke kruising van gangen
– alle trappen waarbij elke trede direct licht ontvangt
– iedere uitgangsdeur voor ontruiming
De vereiste 5 lux geldt alleen als deze voorzieningen zich niet bevinden in een vluchtroute of anti-paniek-ruimte.
Centraal gevoede noodverlichting
Dit systeem van voeding voor de noodverlichting bestaat uit armaturen die direct vanuit een centrale UPS (Universal Power Supply) door een noodvoedingscircuit worden gevoed. Met dit systeem moet de noodverlichtingsinstallatie bekabeld worden. Vanuit de centrale locatie van de UPS moeten er kabels naar elk noodverlichtingsarmatuur worden getrokken. Hoe zwaar de UPS moet zijn, hangt af van de hoeveelheid armaturen die erop worden aangesloten, wat hun individuele verbruik is en hoe ver de fysiek uit elkaar gemonteerd zijn.
Het centraal gevoede noodvoedingssysteem moet worden geïnstalleerd volgens de voorschriften van de norm NEN 1010.
Decentraal gevoede noodverlichting
Noodverlichting die decentraal gevoed wordt, bestaat uit noodarmaturen met een ingebouwde batterij en een lader. Deze armaturen worden rechtstreeks aangesloten op de continue voeding van groep waarop de verlichting is aangesloten. Bij stroomuitval zullen de noodverlichtingsarmaturen direct inschakelen. Door de ingebouwde accu in de noodverlichtingsarmaturen hoeven deze niet bekabeld te worden.
Decentrale noodverlichtingsarmaturen kunnen ook gewone armaturen zijn die naast kun normale verlichting een extra lichtbron hebben die aangaat zodra deze het signaal krijgt dat er een stroomstoring is. Dit is vaak een relatief kleine ledstrip met een beperkt vermogen, die dus ook maar een beperkte lumenopbrengst heeft. Bij grote en hoge ruimtes, zijn dan veel noodverlichtingsarmaturen nodig om nog voldoende licht op de voer te krijgen.
De decentrale noodverlichtingsarmaturen hebben een constante voeding nodig (fase en nul; 230V) en kunnen worden aangesloten op de voeding van de verschillende lichtgroepen van een ruimte en kunnen bovendien op een geschakelde fase aangesloten worden.
Centraal of decentraal?
Het is afhankelijk van de omstandigheden en de situatie waarin de noodverlichting komt te hangen of het zinvoller is te kiezen voor een centraal of decentraal systeem. Het gaat hierbij om de volgende factoren:
– Het vereiste of gewenste lichtniveau voor de algemene veiligheid
– De grootte en hoogte van de diverse ruimten
– De omgevingstemperatuur van de noodverlichtingsarmaturen
– Het benodigde lichtniveau bij calamiteiten
– De mogelijkheden voor het vervangen van een batterij
– Uiteraard: de kosten.
De noodverlichting moet direct inschakelen en blijven functioneren tijdens de voorgeschreven tijd. Bij stroomuitval moet de noodverlichting minimaal 1 uur blijven branden.
Als u meer wilt weten over noodverlichting, of advies wenst van een van onze specialisten, neem dan contact met ons op.









